Beter Boeren, Beter eten

Waarom?
De helft van de Nederlanders heeft overgewicht en de helft van de boeren verdient te weinig. Daarmee hebben we een dubbele crisis. Het voedselsysteem met vooral de productie van veel en goedkoop voedsel is vastgelopen. We geven in dit land bijna 90 miljard uit aan zorg, waarvan een groot deel aan ziektes die door te veel en te slecht eten zijn ontstaan. Ondertussen zitten de meeste boeren vast in een systeem, waarbij schaalvergroting en intensivering het enige antwoord zijn dat zij hebben op de uitdagingen van de markt.

Het is tijd voor een lange-termijn-visie en maatregelen om deze visie te realiseren. In mijn periode als kamerlid wil ik mijn inzetten om het voedselsysteem te verbeteren. Beter boeren, beter eten.

Nederland moet gaan investeren in een voedselproductie die de aarde niet schaadt en leidt tot een fatsoenlijk inkomen voor boeren. Nederland moet ook gaan investeren in voedingsgewoonten die de mensen gezond houden. Wat levert dit op? Gezondere mensen en boeren die weer trots kunnen zijn op de wijze waarop ze hun bedrijf aan hun kinderen overlaten. Dat doen zij door zich te onderscheiden op de markt met producten die bijdragen aan een gezond en duurzaam voedingspatroon. Nederland kan wereldkampioen worden op het gebied van duurzaam boeren en dierenwelzijn. Dat zijn we aan onze stand verplicht.

Wat moet er gebeuren?
Er moet een nieuwe groene revolutie komen om tot een duurzamer voedselsysteem te komen en zo boeren weer perspectief te geven. Voedselproductie vindt nu plaats op basis van efficiëntie. Nederland is een grote voedselproducent geworden door mechanisatie, specialisatie, bestrijdingsmiddelen, kunstmest en intensivering. De productie is los komen te staan van de draagkracht van natuur en biodiversiteit. Natuurlijke ecosystemen worden buitenspel gezet. Ook teren we in op grondstoffen die eindig zijn, en dus op een gegeven moment op. We moeten daarom niet alleen efficiënt produceren, maar ook de kringloop volledig sluiten.

Waar nu nog sprake is van specialisatie, moeten we in de toekomst uitgaan van een integraal voedselsysteem waarin de veehouderij, tuinbouw en de voedingsindustrie beter met elkaar verbonden zijn. We gaan de relatie tussen plant en dier en bodem en water herstellen. Mest is bijvoorbeeld geen afvalstof, maar een waardevolle grondstof voor bodem en plant. Dierlijke productie is daarbij nodig in relatie tot plantaardige productie. Als we dit goed doen, hebben we in de toekomst geen kunstmest en fossiele brandstoffen meer nodig.

Door de kringloop te sluiten komen we tot een voedselproductie die de aarde niet schaadt. En als er een land in de wereld is dat tot die kringlooplandbouw kan komen, dan is het Nederland. Een nieuwe stip op de horizon en een glasheldere ambitie: een voedselproductie die geen negatieve impact heeft op klimaat, volksgezondheid en milieu. In het regeerakkoord is opgenomen dat we gezamenlijk met de sector tot op-de-toekomst-gerichte actieplannen willen komen. Kringlooplandbouw en bodemvruchtbaarheid worden hierin meegenomen.

 

Wat moet de overheid gaan doen?
De overheid heeft zich de afgelopen jaren teruggetrokken en de markt laten domineren. Landbouw werd steeds meer gezien als een normale economische sector en had zelfs geen eigen ministerie nodig. Niet de overheid regeert, maar de markt. Dat betekent dat degenen met de meeste macht in de keten er met de winst vandoor gaan. En dat zijn doorgaans niet de boeren, maar supermarkten en de handel. Er zijn nu eenmaal veel minder handelaren dan boeren, waardoor de laatsten geen vuist kunnen maken in de markt. Ook is het voor een individuele boer niet mogelijk om zijn aanbod af te stemmen op de markt.

Er zijn regels als het gaat om hoe een markt moet werken. Die regels zijn er vooral op gericht om consumenten een zo laag mogelijke prijs te bieden. Op het eerste gezicht klinkt dit niet verkeerd, maar daardoor kunnen boeren alleen maar concurreren op kostprijs. Als boeren massaal zouden samenwerken om bijvoorbeeld op een diervriendelijke manier kippen te gaan houden en dit zou leiden tot hogere prijzen, dan grijpt de overheid in. Supermarkten zouden voortaan kippen uit het buitenland gaan importeren.

Om deze situatie ten goede te keren is in het regeerakkoord opgenomen dat de mededingingswet wordt aangepast zodat samenwerking in de land- en tuinbouw expliciet wordt toegestaan om de ongelijke machtsverhoudingen in de keten te compenseren. Tevens gaat het komende kabinet toestaan om sectorale afspraken in de land- en tuinbouw algemeen verbindend te verklaren (AVV). Op deze wijze kan de sector zelf weer gaan investeren in innovatie en verduurzaming.

Het Europese Landbouwbeleid
Al meer dan vijftig jaar bestaat er een Europees landbouwbeleid (GLB). Tot aan de eeuwwisseling was dit beleid gericht op het beschermen van de Europese markt en het zoveel mogelijk produceren van voedsel. Begrijpelijk, want na de Tweede Wereldoorlog zag de toenmalige Nederlandse landbouwcommissaris Sicco Mansholt in dat het in de eerste plaats ging om veel en betaalbaar voedsel, en tegelijkertijd een goed boereninkomen. Wie zich de tijd herinnert van boterbergen en volle graanschuren, ziet dat in dat opzicht dit beleid succesvol was.

Het Europees Landbouwbeleid geeft nu nog steun voor het inkomen van boeren. Dat is mooi maar niet effectief, omdat deze steun gekoppeld is aan de grond. Daardoor wordt vooral de grond duurder. Het Europese geld voor de landbouw in Nederland, 1 miljard per jaar, moet daarom nuttiger worden besteed, bijvoorbeeld aan agrarisch natuurbeheer en de transitie naar kringlooplandbouw. .

Het komende kabinet zet in op een forse hervorming van het GLB na 2020. Het GLB moet minder gericht worden op inkomensondersteuning en meer op innovatie, duurzaamheid, voedselzekerheid en voedselveiligheid. Hiermee is een mooie basis gelegd voor een progressieve visie op de toekomst van het GLB.

Gezondheid
De helft van de Nederlanders heeft overgewicht. We geven 90 miljard Euro per jaar uit aan gezondheidszorg. De kosten voor het ‘genezen’ van welvaartsziekten bedragen naar schatting tussen 10 en 20 miljard euro per jaar. Mensen met een lage sociaal economische status hebben vaker te kampen met overgewicht dan mensen met een betere uitgangspositie. Besparingen vallen echter in het niet als je bedenkt wat een geluk het zou zijn als we allemaal gezond ouder worden.

Ongezond eten is te gemakkelijk. Onderzoek toont aan dat 60% van onze calorie-inname afkomstig is uit snacks, dranken en fastfood. Van de hoeveelheid toegevoegde suikers die we eten, is 90% afkomstig uit deze producten. De toegenomen welvaart heeft geleid tot een enorm aanbod van deze lekkere, makkelijke, goedkope en lang houdbare producten. We eten teveel eten dat niet voedt, maar alleen lege calorieën biedt. Dit is de belangrijkste oorzaak van de toename van welvaartsziekten.

De komende kabinetsperiode is er voor preventie en gezondheidsbevordering 170 miljoen beschikbaar, daarna 20 miljoen structureel. Gezonde voeding, maar ook de toegang tot natuur en recreatie vormen essentiële elementen van een effectief preventiebeleid.