Zondag 10 mei

Over de hypocrisie van supermarkten

Dit weekeinde kwam een grote supermarktketen in het nieuws met een aanbieding van aardappelen uit Israël, terwijl in Nederland aardappels met miljoenen overheidsgeld worden doorgedraaid.

Supermarkten houden graag zelf een aantal misverstanden levend. Zo zouden consumenten bepalen wat er in de schappen ligt. Supermarkten weten als geen ander consumenten te verleiden tot precies die aankoop die de verkoper goed uitkomt. Sinds wanneer vragen consumenten om aardappels uit Israël? Het tweede misverstand is dat duurzaamheid in de landbouw het voedsel duurder maakt. Niets is minder waar: de prijs van landbouwgrondstoffen is een buitengewoon klein deel van de prijs van het product in de schappen. Als de graanprijs zou verdubbelen – wat onwaarschijnlijk is – wordt een brood slechts een dubbeltje duurder. Het derde misverstand is hun duurzaamheidsimago. Vaak maken supermarkten goede sier met een duurzaam of diervriendelijk product, maar slechts voor een beperkt deel van hun assortiment. De suggestie van duurzaamheid is slechts bedoeld voor hun imago: de diervriendelijke kip ligt op ooghoogte, de kiloknaller ligt gewoon twee schappen daaronder.

Inkopers van supermarkten letten op drie zaken: de prijs, de prijs en de prijs. Dit heeft in belangrijke mate bijgedragen tot de moeilijke situatie in de Nederlandse land- en tuinbouw. Boeren kunnen alleen het hoofd boven water houden door steeds intensiever te produceren, ten koste van henzelf en ten koste van de natuur. Supermarkten zouden makkelijk hun hele assortiment duurzaam kunnen maken, zonder dat ons voedsel duurder wordt. Probleem is dat mededingswetgeving verhindert, omdat deze alleen toeziet op zogenaamde eerlijke concurrentie. Dit betekent dat ook deze wetgeving er alleen op gericht tot een zo laag mogelijke prijs voor consumenten te komen, uiteraard binnen de wettelijke normen voor de productie van voedsel. Daarom voorziet D66 een andere weg. Net zomin als kledingwinkels nog kleding in de schappen leggen die gemaakt is door kinderen, zullen supermarkten simpelweg hun gehele assortiment moeten verduurzamen. Daarbij hoort een eerlijke prijs voor de boeren.

Laten we de weg van het geld volgen. Duurzaamheidsprestaties van bedrijven zijn in toenemende mate relevant voor institutionele beleggers als pensioenfondsen en andere aandeelhouders. Ongeveer driekwart van de bedrijven heeft al een duurzaamheidsverslag, laat supermarkten hieraan meedoen. Hiervoor zijn diverse internationale standaarden beschikbaar, bijvoorbeeld ‘The Sustainability Consortium’. Ook zijn er diverse initiatieven om de vergelijkbaarheid van jaarverslagen te verbeteren, zoals het Global Reporting Initiative. Nodig is dat er een standaard komt voor supermarkten die een maat vormt voor de mate waarin hun assortiment duurzaam wordt. Externen moeten deze standaard kunnen toetsen, net zoals accountants dat nu doen over de deugdelijkheid van een jaarverslag. Dit helpt beleggers om de goede keuzes te maken. Een mogelijkheid die daarbij kan worden uitgewerkt is om verschillende ambitieniveaus in deze standaard in te bouwen, noem het brons, zilver en goud.

Wat heeft de boer hieraan? Bij een duurzaam assortiment hoort een eerlijke prijs. En bij een eerlijke prijs hoort ook een afzetgarantie voor de lange termijn. Zo ontstaat rust en zekerheid bij boeren. Duurzaamheid omvat immers niet alleen milieu, maar ook de economie. De standaarden kunnen worden doorvertaald naar verwerkende bedrijven. Boeren die meedoen kunnen dan tevens steun ontvangen vanuit het Europese landbouwbeleid. Boeren die daarentegen tegen de laagste prijs willen doorproduceren voor de wereldmarkt kunnen dat doen, maar verliezen op den duur wel de zekerheid van een thuismarkt, zeker als dit systeem ook in landen als Duitsland wordt geadopteerd. Andere deelnemers in de voedselketen, vooral de verwerkende industrie, kunnen bijvoorbeeld fiscale voordelen krijgen als zij hun gehele assortiment verduurzamen. Zo gaat het voor boeren en voedselverwerkers ook lonen om duurzamer te gaan werken.

Duurzame productie moet de standaard worden en niet de uitzondering. Samen met collega Joost Sneller hebben we daarom een voorstel ingediend in de Tweede Kamer die de minister opdraagt om met supermarkten en de verwerkende industrie een hierboven beschreven systeem uit te werken.  Alleen het voldoen aan de wet garandeert dierenwelzijn onvoldoende en leidt nog steeds tot afbraak van onze biodiversiteit.

Minister Schouten ontraadde ons voorstel. Zij praat met heel veel met boeren en omhelst regionale initiatieven, maar dit miskent hoe de markt werkt. De meeste boeren hebben namelijk geen contact met de markt; dat loopt via de verwerkende industrie en de retail. Een transitie naar duurzame landbouw begint bij de markt! Een transitie leid je door aan een touwtje te trekken, niet door tegen het touwtje te duwen.

Het gaat erom de randvoorwaarden voor een gezonde markt te scheppen, zoveel mogelijk binnen de eigen spelregels van deze markt. Gelukkig was er een Kamermeerderheid voor dit voorstel van D66. Helaas deden een aantal partijen niet mee die zeggen het boerenbelang hoog in het vaandel te dragen. Boeren hebben belang bij een eerlijke prijs. Daarom moeten we de negatieve prijs en duurzaamheidsspiraal doorbreken.

Te lang is deze problematiek onbesproken gebleven, omdat supermarkten zich blijven verschuilen achter een aantal voor hen comfortabele misverstanden. Achter deze misverstanden gaan wanpraktijken schuil ten koste van de Nederlandse boer en nu ook de belastingbetaler, zoals het voorbeeld van de aardappelen uit Israël ons laat zien. Het wordt tijd dat supermarkten verantwoordelijkheid nemen. Die hete aardappel is te lang doorgespeeld.


—————————————————————————————————————————


Dinsdag 5 mei 2020

Rabobank-econoom Barbara Baarsma zei onlangs dat de coronacrisis ons toont dat de Nederlandse, op export gerichte, landbouw kwetsbaar is. Daaraan voegde ze toe dat de landbouw over onze milieugebruiksruimte gaat, dwars door ecologische grenzen heen. Niets nieuws onder de zon, want dit zijn al dertig jaar bekende feiten. Toch kreeg zij een storm van boerenprotest over zich heen. Ze werd zelfs uitgemaakt voor verrader. En voor ‘vriend van Tjeerd’. Nou, dán heb je het wel echt verbruid bij het legertje dreigboeren.

Toch is het te makkelijk om dergelijke uitspraken af te doen als die van een paar gekken die niet beter weten. Het zijn niet alleen de pestkoppen, Jeroen van Maanen van Farmers Defence Force en Bart Kemp van Agractie, maar het is ook een colonne twitteraars, aangevoerd door mensen als Caroline van der Plas of de professionele twijfelbrigade onder leiding van Jan Cees Vogelaar van het Mesdag Fonds. Ieder vanuit hun eigen motieven hebben zij een vijand nodig om zich te profileren.

Zij vertellen hun boerenachterban wat ze moeten denken. En ook wat zij niet mogen denken: afwijkende meningen worden niet getolereerd. Iedereen ziet immers wat er met ‘verraders’ die uit de sector komen gebeurt. En dat heeft wel degelijk effect. Zo kreeg een oud-medewerker van mij onlangs bij een sollicitatie de wind van voren, hoe het bestond dat zij mij als referentie had opgegeven? En zo durfde een groot zuivelbedrijf mij niet uit te nodigen voor het afscheid van een oud-collega met wie ik in mijn vorige baan zeer nauw en prettig heb samengewerkt. Soms gaat het wat rechtstreekser, zoals bij een boerenvoorman. Die zei twee jaar geleden nog dat ik terug moest naar het Ministerie van LNV om de ‘boel te redden’, maar gaf mij onlangs te verstaan dat hij ‘mijn kop eraf zou rukken.’

Naast excommunicatie zaaien de opruiers twijfel aan de integriteit van de verrader door selectief te citeren. De knullige manier waarop dit gebeurt – het afknippen van het onderste stukje van een artikel uit 2012 waarin ik zeg dat verdere verduurzaming van de sector een must is – heeft geen gevolgen voor het effect: twitterstormen en een overgelopen mailbox vol gure taal en soms zelfs pure bedreigingen. Zelfs de voorman van de branchevereniging van de veevoederindustrie plaatste onlangs een comment op mijn LinkedIn, waarin hij suggereerde dat mijn boodschap veranderd was sinds ik de politiek ben ingegaan. Aantoonbaar onjuist.

Angst zaaien door excommunicatie is een subtiel, maar krachtig middel. Twijfel zaaien over de integriteit van een persoon gaat nog weer een stap verder. Toch is dit niet het hele verhaal.

In Nederland heerst een richtingenstrijd over de toekomst van de landbouw. Een boer krijgt 30 cent per liter melk, evenveel als dertig jaar geleden. Alleen met schaalvergroting en intensivering kan de boer nog wat extra’s verdienen; ten koste van zijn arbeidsvreugde, ten koste van de natuur. Om het hoofd boven water te houden, om te kunnen intensiveren, heeft een boer meer inputs nodig die hij koopt bij de voerleverancier, de kunstmestverkoper en de verkoper van bestrijdingsmiddelen. Daarbij komt dat er in de zuivelindustrie, en in mindere mate in de varkensslachterijen, sprake is van overcapaciteit. Het bedrijf A-ware bouwde in 2015 een melkfabriek van een kleine kilometer langs de snelweg in Heerenveen. Er zijn daarmee grote, industriële belangen bij het handhaven en zelfs nog intensiveren van de agrarische productie. Gedane investeringen moeten immers worden terugverdiend.

Het zijn deze industriële partijen die FDF, Agractie en het Mesdagfonds financieren. De demonstraties op het Malieveld werden georganiseerd door een bureau dat was ingehuurd door ‘For Farmers’, het grooste veevoederbedrijf van Nederland. Het zijn deze partijen die oud-Wageningen-voorman en groot voorstander van intensivering van de landbouw Dijkhuizen naar voren schuiven om hun verhaal legitimiteit te geven; Dijkhuizen werd voorzitter van het landbouwcollectief. Het zijn deze partijen die een grote invloed hebben in een aantal politieke partijen.

De andere richting is die van kringlooplandbouw. Dat is de richting die ik voorsta. Kringlooplandbouw betekent een grote omslag voor de landbouw. Veevoer wordt immers niet meer over de hele aarde aangesleept, kunstmest en bestrijdingsmiddelen slechts in uitzonderlijke gevallen gebruikt. Door dieren alleen nog voer te geven dat mensen niet kunnen eten – koeien gras, varkens reststromen en kippen bijvoorbeeld insecten die op voedselresten zijn gegroeid – spelen zij een nuttig rol in de kringloop. In de markt is er genoeg plek voor dergelijke concepten, zoals de boeren van Kipster aantonen. Zij laten zien dat je wel degelijk met minder dieren meer kan verdienen.

Het is logisch dat zowel in de landbouw als in de politiek verschillend wordt gedacht over wat de beste aanpak van de problemen is, en hoe de toekomst eruit moet zien. Zo hoort dat ook. Een richtingenstrijd komt wel vaker voor en dat is ook prima. Maar wat mij raakt zijn niet die idiote beschuldigingen en bedreigingen op zich – hoe ziek ook, ik kan daar wel tegen – maar het effect ervan op boeren die ook inzien en van mening zijn dat er iets moet gebeuren. Zij houden zich nu vaak stil, uit angst voor verrader te worden uitgemaakt. Dit effect is enorm en het heet: intimidatie.

De bovenstaande brief van Bart Kemp werd geschreven op 4 mei, een smakeloze bijzaak. Vandaag is het bevrijdingsdag, 75 jaar vrijheid. Laten we vanaf vandaag blijvend een stem geven aan die boeren die vooruit willen, die doorzien dat het zo niet langer kan, die niet langer willen zwijgen over wat er aan de hand is en duidelijke ideeën hebben over wat er moet gebeuren, voor henzelf en voor de aarde. Leve de redelijk boer!